Startgroepen voor peuters hard nodig in Zeeuws-Vlaams onderwijs

In Zeeuws-Vlaanderen werken gemeenten, scholen en kinderopvangorganisaties samen om de uitstroom van peuters naar België te keren. ,,Willen we onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen in de grensstreek in stand houden, dan zijn we dit verplicht, ook voor behoud van goed middelbaar onderwijs” stelt directeur Rianne Vons van Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen. België is voor veel ouders een aantrekkelijk alternatief aangezien kinderen in België al vanaf tweeënhalf jaar naar school kunnen. Dit is ook nog eens gratis.

Eerste startgroep

Als reactie is in 2011 de eerste startgroep opgericht in Koewacht. Kinderen kunnen daar al vanaf twee jaar tot hun vierde terecht, vijf ochtenden per week, waarvan drie ochtenden gratis. Ouders betalen voor de andere twee, wat zij anders aan kinderopvang kwijt zouden zijn.

Vorig school jaar waren er al twaalf startgroepen in negen grenskernen, van Eede tot en met Nieuw Namen. Dit jaar zijn er drie startgroepen bijgekomen: in Aardenburg, Cadzand en Sluis. IJzendijke krijgt er mogelijk ook één, daarover in oktober besloten. Daarnaast loopt er onderzoek of het nuttig is startgroepen te beginnen in Axel en Philippine.

Succes

Vons spreekt van een succes. Zo werd de basisschool in Heikant eerst met sluiting bedreigd, maar is er nu een startgroep met zestien peuters.

De uitstroom naar Belgische scholen blijft echter nog steeds groot. In Eede volgt zelfs 60% van alle basisscholieren onderwijs over de grens. In Nieuw Namen is dat ruim 50%, in Sint Kruis 44% en in Sluis en Koewacht ruim 40%. Over heel Zeeuws-Vlaanderen gaat het om 618 kinderen.

De financiering van de startgroepen is een lastige. De rijksoverheid houdt tot nu toe de hand op de knip. Kinderopvang-directeur Vons hoopt dat daarin verandering komt. D66 en CDA pleitten vorig jaar nog voor een speciale status voor Zeeuws-Vlaanderen.

Zeeuws-Vlaamse gemeenten, kinderopvangorganisaties en scholen willen daar niet op wachten. Zij zijn bereid de komende drie jaar in totaal 4,6 miljoen euro op tafel te leggen voor startgroepen. Het voortgezet onderwijs draagt 400.000 euro bij, van de andere partijen wordt verwacht dat zij elk hun deel leveren, wat voor Terneuzen bijvoorbeeld neerkomt op 565.000 euro tot en met 2022. De raadscommissie samenleving praat hier dinsdagavond over.

Bron: PZC